• NJi WERKT AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Overlijden ouder

Rouw

Rouwen, wat is dat eigenlijk? Hoe verloopt een rouwproces? In Nederland wordt gewerkt met het 'rouwtakenmodel' en er zijn verschillende handleidingen en zelfhulpboeken om rouw te verwerken.

Wat is rouw?

Rouw is volgens de landelijke Richtlijn Rouw het geheel van lichamelijke, emotionele, cognitieve en gedragsmatige reacties, die optreden na het verlies van een persoon met wie een betekenisvolle relatie bestond. Bij rouw en verliesverwerking kan zich een breed scala aan reacties voordoen, zoals:

  • lichamelijke reacties: slaapproblemen, verminderde eetlust, spanningshoofdpijn, energieverlies; soms gaat de rouwende dezelfde symptomen ervaren als destijds de overledene;
  • emotionele reacties: verdriet, eenzaamheid, angst, schuldgevoelens, agressie, machteloosheid, pessimisme, opluchting;
  • cognitieve reacties: concentratieverlies, verminderde zelfwaardering, verwardheid, gespannenheid, preoccupatie met de overledene, hopeloosheid;
  • gedragsmatige reacties: gespannenheid, teruggetrokkenheid, zoekgedrag, vermijding van personen of situaties.

Verliesverwerking wordt beschreven als een actief proces, waarin vier rouwtaken voor nabestaanden centraal staan:

  • aanvaarding van het verlies;
  • ervaring van de pijn van het verlies;
  • aanpassing aan een nieuw leven zonder de overledene;
  • de draad weer oppakken.

Soms zijn er grote problemen met verliesverwerking. Er is dan sprake van problematisch rouw, ook wel gecompliceerde rouw genoemd.

Rouwen in fasen

De Zwitsers-Amerikaanse psychiater Kübler-Ross introduceerde in de jaren zestig van de vorige eeuw het zogenoemde 'fasenmodel'. Dit is lang leidend geweest bij de begeleiding van een rouwproces. Het model bestaat uit de volgende opeenvolgende fasen:

  • Ontkenning (ongeloof) Deze fase start direct nadat het slechte nieuws gebracht is; afweermechanismen worden actief.
  • Woede Al snel blijkt dat ontkennen geen zin heeft en dan komt de vraag 'Waarom ik?'. Allerlei gevoelens van wrok, afgunst en woede worden geuit.
  • Depressie Als de waarheid in zijn volledige omvang onder ogen wordt gezien, beseft iemand dat ontkenning, woede en marchanderen geen zin meer hebben.
  • Marchanderen In deze fase probeert iemand de werkelijkheid naar zijn hand te zetten door naar andere oplossingen te zoeken, zoals de aandacht geheel op iets anders richten in de hoop dat de pijn vanzelf overgaat.
  • Aanvaarding (acceptatie) Alle gevoelens zijn onder woorden gebracht. Angsten zijn uitgesproken, er is getreurd en er is nagedacht over de gevolgen voor de toekomst. Iemand heeft eindelijk het gevoel verder te kunnen met het leven.

Later werden de derde fase 'depressie' en vierde fase 'marchanderen' omgedraaid. Ook wordt de fase 'marchanderen' soms weggelaten.

Kanttekeningen bij het fasenmodel

De Amerikaanse onderzoekers Maciejewski e.a. (2007) ontdekten dat, anders dan de fasentheorie stelt, ongeloof of ontkenning niet als eerste op de voorgrond staat. Verdriet bleek de meest dominante negatieve emotie. De vijf fasen werden wel gevonden in de in de theorie genoemde volgorde: ongeloof (rond 1 maand), verdriet (4 maanden), woede (5 maanden), depressie (6 maanden) en in toenemende mate acceptatie. Anderen stellen, op basis van verschillende onderzoeken dat er geen duidelijk proces met fasen is (Silver en Wortman 2001). Reacties op verlies kunnen enorm verschillen qua duur van de symptomen, de wijze waarop mensen rouwen en de volgorde waarin ze de stadia doorlopen.

Het rouwtakenmodel

Momenteel wordt, ook in Nederland, vooral gewerkt met het 'rouwtakenmodel'. De Amerikaanse psycholoog William Worden (2001) zag rouwen als een actief proces, te onderscheiden in verschillende taken die verricht moeten worden. Volgens hem moet iemand die door een groot verlies wordt getroffen, werk verzetten om hiervan te herstellen. Het rouwtakenmodel is door de rouwspecialisten De Groot en De Keijser (2005) verwerkt in een werkboek voor nabestaanden na suicide. Een belangrijk aspect van dit model is dat het structuur geeft. Aan de rouwtaken kunnen behandeldoelen worden verbonden.

  • Rouwtaak 1: Het aanvaarden van de realiteit van het verlies. De eerste taak is te erkennen dat die ander nooit meer terug komt.
  • Rouwtaak 2: Het doorleven van de pijn en het verdriet.
  • Rouwtaak 3: Het aanpassen aan een nieuw leven waarin de overledene niet meer aanwezig is. Alles moet weer een plek krijgen in een veranderd patroon. De taken en de functies van de overledene worden overgenomen of er ontstaan andere gewoonten.
  • Rouwtaak 4: De overledene emotioneel een plaats geven en het oppakken van de draad van het leven.

Het takenmodel is in Nederland door rouwtherapeuten Annet Weijers en Petra Penning aangevuld met rouwtaak 0: 'opvoeden in leven en dood'. Zij menen dat leren omgaan met verlies van jongs af aan geleerd moet worden. Het is belangrijk dat kinderen opgevoed worden met het idee dat verdriet niet weggestopt hoeft te worden, dat ze zich niet groot hoeven te houden, maar dat verdriet er mag zijn. Als ouders ingaan op verdrietige ervaringen, zoals de dood van een konijn, helpt dit wanneer kinderen te maken krijgen met een ernstig verlies later (Weijers en Penning 2001). 

Hulp bij rouw

De rouwtherapeuten Annet Weijers en Petra Penning geven in het werkboek 'Het leven duurt een leven lang' (2001) veel handvatten en werkvormen om kinderen en jongeren te helpen bij de rouwtaken. Het begeleiden van rouwgroepen, voor jongeren op scholen, volgens het takenmodel, wordt uitgebreid uitgewerkt in de handleiding 'Gedeeld verdriet' (Fiddelaer-Jaspers 2006). Daarnaast is er een zelfhulpboek voor kinderen en jongeren die achterblijven na zelfdoding: 'Weg van mij' (Fiddelaers-Jaspers en van 't Erve 2006). Online hulp bij (dreigende) zelfdoding is te vinden op www.113online.nl en voor jongeren ook op www.survivalkid.nl (Van 't Erve 2010).

Cultuurverschillen bij rouwverwerking

Het onderzoek 'Verliesverwerking en rouwbegeleiding in multicultureel Nederland' toont aan dat verlies in een deel van migrantengezinnen gezinsproblemen kan geven. Sommige migrantengezinnen zijn gewend om het verlies te verwerken in een vrouwen respectievelijk mannengroep en minder met de partner of in het kerngezin. Soms faalt de opvang in een gezin of in een sociaal netwerk. Ook is er vaak weinig ruimte en begrip in de omgeving voor het uitvoeren van rituelen. Daarnaast kunnen opvoedingsproblemen, relatieproblemen, praktische problemen met onder andere uitkeringsinstanties en inadequaat hulpzoekgedrag verliesverwerking belemmeren (Knipscheer, Mooren en Kleber 2005).

Methode Rouwhulp

De hulpverleners Mariken Spuij en Paul Boelen, beiden verbonden aan de Universiteit Utrecht, hebben op basis van wetenschappelijke inzichten, de methode 'Rouwhulp' voor kinderen ontwikkeld (www.rouwhulp.nl). De methode, gebaseerd op cognitieve gedragstherapieën, wordt vrij kort (6 tot 12 maanden) na het verlies aangeboden. De behandeling duurt negen sessies. De kinderen krijgen informatie over verliesverwerking. Ze leren met welke gevoelens ze te maken krijgen en krijgen uitleg over de volgende rouwtaken:

  • het verlies en de pijn die daarbij hoort weer onder ogen zien;
  • weer vertrouwen krijgen in jezelf, anderen, het leven, en de toekomst;
  • niet alleen maar alles-voor-anderen-doen;
  • doorgaan met dingen doen die je altijd al deed.

Naast de kindersessies zijn er vijf sessies voor de ouder over het steunen en begeleiden van hun kinderen. Meer informatie over de methode Rouwhulp: www.rouwhulp.nl

Bronnen

  • Fiddelaers-Jaspers, R. (2004), 'Mijn troostende ik. Kwetsbaarheid en kracht van rouwende jongeren'. Kampen: Kok.
  • Fiddelaers-Jaspers, R. (2005), 'Jong verlies, een handreiking voor het omgaan met rouwende kinderen'. Kampen: Ten Have.
  • Fiddelaers-Jaspers, R. (2006), 'Gedeeld verdriet. Opzetten en begeleiden van rouwgroepen van jongeren'. Kampen: Ten Have.
  • Fiddelaers-Jaspers, R. en M. van 't Erve (2006 ), 'Weg van mij: Werkboek voor kinderen die achterblijven na zelfdoding'. Kampen: Ten Have.
  • Groot, M. de, en J. de Keijser (2005). 'Verlies door suicide. Werkboek voor nabestaanden'. Kampen: Ten Have.
  • Knipscheer, J.W, G. T. M. Mooren en R. J. Kleber, R.J. (2005). 'Verliesverwerking en rouwbegeleiding in multicultureel Nederland', in: Bout, J. van den, en P.A. Boelen (redactie), 'Sterven, uitvaart en rouw' (pp. IV 1.2-1 - IV 1.2-18). Maarssen: Elsevier.
  • Maciejewski, P. e.a. (2007), 'An Empirical Examination of the Stage Theory of Grief', in: 'The Journal of the American Medical Association' (JAMA), jaargang 297, feb. p. 716-723.
  • Landelijke richtlijn rouw (Versie 1.0, goedgekeurd 2-01-2006). Vereniging van Integrale Kankercentra.
  • Van 't Erve, M. (2010), 'Jong geconfronteerd met zelfdoding', in: 'Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid', 65, p. 524-530.
  • Weijers, A. en P. Penning (2001), 'Het leven duurt een leven lang. Een boek om kinderen en jongeren te helpen met verlies' . Veldhoven: All Color Print & Press.
  • Worden, W. (2001), 'Grief Counselling and Grief Therapy: A Handbook for the Mental Health Practitioner'. Third edition. New York, Springer Publishing Company.

Lees meer

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.