Home  > Kennis  > Dossiers  > Angststoornissen  > Probleemschets > Risicofactoren

Classificatie Jeugdproblemen
Classificatiesysteem CAP-J met beschrijvingen van problemen van kinderen en ouders.

Zakwoordenboek Jeugd
Uitleg van duizenden begrippen in jeugdzorg, opvoeding, (jeugd)gezondheidszorg, onderwijs en wetgeving.



Erik Jan  de Wilde Erik Jan de Wilde is specialist op het gebied van de preventie en aanpak van emotionele problemen van jongeren.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Probleemschets
Praktijk
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Kenniscentra
Over dit dossier

Risicofactoren

Of kinderen en adolescenten een angststoornis ontwikkelen, hangt af van een samenspel van beschermende factoren en risicofactoren. Deze factoren kunnen te maken hebben met kenmerken van de kinderen zelf en van de omgeving waarin zij opgroeien.

Risicofactoren bij het kind
Als een kind op jonge leeftijd opvallend veel geremd gedrag vertoont, dan verhoogt dat het risico op een angststoornis halverwege de kinderjaren en het risico op een sociale fobie tijdens de adolescentie. Daarnaast blijken andere eigenschappen zoals angstgevoeligheid of walgingsgevoeligheid ook een risicofactor te vormen voor de ontwikkeling van angststoornissen.

Erfelijke aanleg kan eveneens bijdragen aan de ontwikkeling van een angststoornis. In diverse onderzoeken is een verband gevonden tussen de aanwezigheid van een angststoornis bij een van de ouders en een verhoogd risico op een angststoornis bij hun kinderen.

Tot slot vormen ook verstoorde cognitieve processen een risicofactor voor het ontstaan van angststoornissen. Kinderen met een angststoornis hebben de neiging om onduidelijke informatie als bedreigend te interpreteren. Daarnaast neigen angstige kinderen ertoe selectief aandacht te geven aan bedreigende stimuli.

Omgevingsfactoren
Bij angststoornissen spelen omgevingsinvloeden een grotere rol dan bij veel andere psychiatrische stoornissen. Een onveilige gehechtheidrelatie met de ouders, en met name een angstige of afwerende gehechtheid, kan het risico op angststoornissen bij kinderen vergroten.

Het opvoedingsgedrag van de ouders lijkt ook van belang. Zo kunnen ouders zelf het voorbeeld geven voor angstig gedrag of ongewild angstig copinggedrag belonen en vermijdend gedrag in stand houden. Ook overmatig beschermende, overheersende of kritische opvoedstijlen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een angststoornis bij kinderen met een kwetsbaar temperament. De bevindingen uit onderzoek naar de invloed van opvoeding zijn vooralsnog niet eenduidig.

Naast opvoedings- en hechtingsprocessen zijn ook negatieve levensgebeurtenissen, zoals de echtscheiding van de ouders of het sterven van een familielid, van invloed op het ontstaan van angststoornissen. Lichtere negatieve ervaringen, bijvoorbeeld met de dokter of tandarts, zijn eveneens in verband gebracht met de ontwikkeling van angststoornissen.

Beschermende factoren
Beschermende factoren bij angst zijn persoonlijke variabelen zoals zelfwaardering en geloof in eigen kunnen, naast copingstrategieën om zichzelf afleiding te bezorgen en sociale steun.

Meer informatie
Meer informatie over risicofactoren bij jeugdigen met angststoornissen vindt u in:
Oorzaken van angststoornissen  pdf