|
Reacties op dit dossier |
|
|
In de jeugdsector worden interventies tegenwoordig door onafhankelijke commissies op effectiviteit beoordeeld. Deze ontwikkeling hangt samen met het toenemend streven naar meer 'bewezen effectief' werken.
Doelen van toetsing
Toetsing leidt ertoe dat het kaf van het koren wordt gescheiden. Interventies die slecht zijn onderbouwd, of volgens onderzoek zelfs averechts kunnen uitpakken, worden niet meer gebruikt. In plaats daarvan worden interventies gebruikt die goed zijn onderbouwd en waarvan eventueel onderzoek laat zien dat er goede resultaten mee worden geboekt.
Daarnaast stimuleert toetsing een goede onderbouwing van interventies én onderzoek naar de effectiviteit. Toetsing zorgt voor een soort 'opwaartse druk' in de jeugdsector: om te voorkomen dat een interventie wordt afgekeurd wordt er meer geïnvesteerd in theorievorming en onderzoek. Dat komt uiteindelijk de kwaliteitsontwikkeling in de hele sector ten goede.
Erkenningscommissies
Voor de beoordeling van de effectiviteit van interventies in de jeugdsector bestaan er op dit moment twee onafhankelijke commissies:
Yperen, T.A. van (2007), 'Integraal erkend. Naar een afstemming erkenning jeugdinterventies'. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
Yperen, Y. van & Bommel, M. van (2009). 'Erkenning interventies: criteria 2009 - 2010. Erkenningscommissie (Jeugd)Interventies'. Utrecht / Bilthoven: Nederlands Jeugdinstituut / RIVM.