
Invoeren verbeteringen jeugdzorg
Een overzicht van succesfactoren bij het invoeren van verbeteringen in de jeugdzorg vindt u in de publicatie 'Gaandeweg'.
Training interventies beschrijven
Het NJi ondersteunt ontwikkelaars bij het beschrijven van hun interventies.
Ontwikkeling en borging jeugdinterventies
Rapport over de 'eigenaar' en het onderhoud van interventies.
Marianne Berger is expert op het gebied van professionalisering in de jeugdzorg.
Stel een vraag
|
|
Professionalisering is een continu proces, gericht op het uitdiepen van een beroep en het verbeteren van de kwaliteit van de werkzaamheden. Professionalisering speelt zich af op twee niveaus, die nauw met elkaar verbonden zijn: het niveau van het beroep en van het individu. Hoe meer erkenning een beroep heeft, hoe meer zeggenschap de beroepkrachten hebben over de manier waarop zij hun deskundigheid inzetten en ontwikkelen. Omgekeerd vormt deskundigheid van professionals de basis voor erkenning van het beroep (Van Dam en Vlaar 2007).
Op beroepsniveau betekent professionalisering 'beroepsvorming', waarbij professionals de positie van hun beroep versterken en hun deskundigheid inzichtelijk maken. Van Dam en Vlaar onderscheiden zes kenmerken van geprofessionaliseerde beroepen:
Op individueel niveau staat het leren en de ontwikkeling van de beroepskracht centraal. De professional ontwikkelt vakkennis, houdt die bij, en leert nieuwe methoden (Kwakman 2003). Professioneel handelen steunt op wetenschappelijk onderbouwde kennis die in een geformaliseerde opleiding wordt verworven, waar ook vaardigheden in praktijksituaties worden getraind. Daarnaast werkt de beroepskracht volgens de beroepscode en met effectieve methoden, richtlijnen en protocollen. Door reflectie, systematisering van ervaring, intervisie, bijscholing en het streven naar kwaliteitsverbetering werkt de beroepskracht continu aan verbetering.
Het proces van professionalisering bevat nog een derde component: professionele autonomie (Hutschemaekers 2001; Beernink 2007). In de jeugdzorg is er sprake van professionele autonomie als de beroepskracht zelf kan bepalen welke vorm van hulp of dienstverlening het beste is voor zijn cliënt; als hij daarin beslissingsbevoegd is (Hutschemaekers 2001). Daarbij dient de beroepskracht te erkennen dat zijn mogelijkheden begrensd zijn en dat ook de omgeving grenzen biedt:
De professional moet een goede balans zien te vinden tussen deze grenzen en de ruimte om zelf beslissingen te nemen (Van Dam en Vlaar 2007; Van Yperen 2010).
De jeugdzorg werkt zowel op beroeps- als op individueel niveau aan professionalisering, waarbij ook aandacht besteed wordt aan het vergroten van de professionele autonomie. Over de wijze waarop de professionalisering in de jeugdzorg vorm krijgt, leest u in dit dossier bij Beroepsvorming en Professioneel handelen.
Meer informatie over de diverse aspecten van professionalisering vindt u in de notitie Basiskennis over professionalisering
.
. Utrecht, Nederlands Jeugdinstituut.