Home  > Kennis  > Dossiers  > Multiprobleemgezinnen  > Onderzoek > Erger Voorkomen: bedreven zoals beschreven? Een onderzoek naar uitvoering en effectiviteit in het eerste jaar

Handleiding Coördinatie van zorg (2008)
Handleiding voor goede coördinatie van zorg in Almere.



Mariska  Zoon Mariska Zoon werkt mee aan projecten over onder andere multiprobleemgezinnen en licht verstandelijk beperkte jeugd.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Probleemschets
Praktijk
Beleid
Literatuur
Onderzoek
Agenda
Links

Erger Voorkomen: bedreven zoals beschreven? Een onderzoek naar uitvoering en effectiviteit in het eerste jaar

Veranderingsonderzoek beoogt informatie te leveren over de effectiviteit van Intensieve Orthopedagogische Thuishulp - Erger Voorkomen (IOG-EV).

Centrale vraag uit het onderzoek

Wordt de beoogde doelgroep bereikt? Worden de interventies uitgevoerd zoals bedoeld? Worden de gewenste uitkomsten behaald? Worden de noodzakelijk geachte randvoorwaarden vervuld?

Beschrijving

De aanpak van IOG-EV is voor een groot deel op deze twee theoretische invalshoeken gebaseerd, centraal staat (1) het versterken van vaardigheden en krachten bij ouders, waardoor ze kunnen omgaan met de vragen en problemen die de opvoeding van kinderen en adolescenten met zich mee brengt, het gaat hier om het leren van adequate opvoedingsvaardigheden aan ouders, het verbeteren van de gezinscommunicatie en het verstevigen van het sociale netwerk van het gezin en (2) het versterken van vaardigheden en krachten bij de jeugdigen, waarmee ze om kunnen gaan met de problemen die ze tegenkomen in hun gezin, vriendengroep, op school of in de buurt; hier gaat het om het aanleren van probleemoplossingsvaardigheden aan de jeugdige, het verbeteren van de schoolprestaties en het bieden van een positieve vrijetijdsbesteding. Het uiteindelijke doel is het terugdringen van het normovertredend en beginnend crimineel gedrag van de jeugdige. De aanpak is gebaseerd op principes en procedures van de huidige IOG-behandeling, aangevuld met principes uit de Multi-systeem therapie en de cognitieve gedragstherapie.

Het voorgestelde onderzoek zal informatie opleveren over de effectiviteit van IOG-EV en de mate van welslagen van de uitvoering. Nagegaan zal worden of de beoogde doelgroep wordt bereikt, of de bedoelde interventies worden uitgevoerd en of de gewenste uitkomsten worden behaald. Tevens worden gecheckt of de noodzakelijk geachte randvoorwaarden zijn vervuld.

De opzet van dit onderzoek is te karakteriseren als een combinatie veranderingsonderzoek en kwaliteitstoetsend onderzoek. Om de onderzoeksvragen ten aanzien van de effecten te beantwoorden zullen bij alle deelnemende gezinnen/ kinderen op een drietal momenten metingen worden verricht: bij aanvang, bij afsluiting en zes maanden na afsluiting.

Alle gezinnen die in 2006 op de drie EV-locaties in Groningen, Drenthe en Overijssel aan een hulpverleningstraject zullen beginnen zullen in het onderzoek instromen. Naar schatting zullen dit minstens 20 gezinnen zijn, met minimaal één aangemeld kind in de leeftijd van 8 tot 17 jaar. Er worden verhoudingsgewijs meer jongens dan meisjes verwacht.

Onderzochte interventie

Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling (IOG)- Erger Voorkomen


Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling - Erger Voorkomen

Probleem/risico

Externaliseren: gedragsproblemen en delinquentie

Onderzoeksinstelling

Praktikon, RU

Onderzoekers

Dam, C. van;Veerman, J.W.

Publicatiegegevens

Dam, C. van, Veerman, J.W. & Wijgergangs, H. (2008). Kan IOG-EV erger voorkomen? Nijmegen: Praktikon.

Samenvatting resultaten

In de onderzoeksperiode , januari 2006 tot en met december 2007, deden 59 gezinnen mee aan IOG Erger Voorkomen. De onderzoeksgroep bestond uit 35 gezinnen.
In antwoord op de vraag of de beoogde doelgroep wordt bereikt vermelden de onderzoekers dat de doelgroep zwaarder is dan men voor ogen had: jongeren met eerste politiecontacten voor lichte vergrijpen. Jongeren die bij Erger Voorkomen worden opgenomen hebben meestal meer dan één strafbaar feit hebben gepleegd. Het gaat daarbij vooral om geweldsdelicten als mishandeling en bedreiging. De meeste jongeren geven zelf aan al behoorlijk wat delicten gepleegd te hebben. Van 66 procent is het gedrag te typeren als ernstig normovertredend gedrag. De meeste ouders rapporteren forse externaliserende problematiek over hun kinderen. De jongeren zelf ervaren deze in beduidend mindere mate.
Bij het merendeel van de jongeren die worden behandeld is sprake van gezinsproblematiek. Ouders ervaren veel belasting bij de opvoeding van hun kind maar weinig problemen op het gebied van opvoedingsvaardigheden. Wel geeft iets minder dan de helft van de ouders aan dat er weinig positieve interacties zijn met hun kind en dat zij hun kinderen weinig regels aanleren.
De casemanagers is gevraagd de Signaleringslijst in te vullen, die bestaat uit 28 risicofactoren in vijf domeinen: jeugdige, gezin, school, vrienden en politiecontacten en vijf beschermende factoren waaronder mate van warmte en betrokkenheid in het gezin. Volgens de casemanagers is bij bijna alle jongeren sprake van een fors aantal risicofactoren (gemiddeld worden er vijftien risicofactoren gescoord) in drie of meer domeinen. Maar meer dan de helft van de jongeren heeft ook behoorlijk wat beschermende factoren.
Van de opgenomen jongeren voldoet 42 procent aan alle vijf criteria van de doelgroep ( leeftijd 8-17 jaar, normaal begaafd, delinquent gedrag, gezinsproblematiek en risico in meerdere domeinen) en 53% voldoet aan alle drie laatstgenoemde criteria ( inhoudelijke criteria die een indicatie geven voor aanwezige problemen).
Om antwoord te krijgen op de vraag in hoeverre de interventie wordt uitgevoerd zoals is bedoeld is aan de hulpverleners gevraagd om te rapporteren welke verrichtingen zij uitvoeren tijdens ieder gezinscontact. Hierbij worden vijf domeinen onderscheiden: jongere, gezin, ouders, vrienden/vrije tijd en school en drie fasen: ‘informatie en analyse’, ‘doelen stellen en evalueren’ en ‘uitvoeren van interventies’. De meeste verrichtingen blijken te worden uitgevoerd in de domeinen jongere en ouders en jongere en de minste verrichtingen in de domeinen school en vrije tijd. Verrichtingen in de behandelfasen ‘Informatie en analyse’ en ‘Interventies’ komen ongeveer even vaak aan bod. Ook wordt een onderscheid gemaakt naar algemene verrichtingen, die in alle domeinen worden uitgevoerd en specifieke verrichtingen die alleen in een bepaald domein worden uitgevoerd. Algemene verrichtingen blijken vaker te worden uitgevoerd dan specifieke verrichtingen. Van de specifieke interventies worden technieken met betrekking tot opvoedingsvaardigheden voor ouders relatief vaak gebruikt. Specifieke interventies voor de domeinen jongere, vrienden/vrije tijd en school worden relatief het minst uitgevoerd.
Op de vraag of de gewenste uitkomsten worden behaald luidt het antwoord dat bij afsluiting van de behandeling ouders minder probleemgedrag rapporteren, maar dat er gemiddeld genomen nog steeds sprake is van forse externaliserende problematiek. Bijna tweederde van de ouders ervaart bij hun kind nog aanzienlijke problematiek op het gebied van grensoverschrijdend gedrag. Jongeren zelf ervaren gemiddeld genomen geen ernstige problemen bij afsluiting. Ze rapporteren wel minder problemen dan bij aanvang. Ook zijn er bij afsluiting van de behandeling minder gezinsproblemen dan bij aanvang. Ouders voelen zich competenter en beter berekend op hun opvoedingstaak. Ten aanzien van hun kind ervaren ze wel minder belasting, maar ze scoren nog steeds hoog. Hun kinderen zijn nog steeds behoorlijk veeleisend en ouders krijgen weinig positieve feedback van hun kinderen. Op het gebied van opvoedingsvaardigheden rapporteren ouders zowel bij aanvang als afsluiting nauwelijks problemen. De opvoedingsvaardigheden van ouders zijn wel verbeterd. Er zijn meer positieve ouderkind interacties en er wordt adequater gestraft.
Verder worden er bij afsluiting minder risicofactoren gerapporteerd, met name in de domeinen
politiecontacten en school. Alles bij elkaar is Erger Voorkomen voor 51% van de jongeren succesvol geweest, aldus de onderzoekers.
Het antwoord op de vraag of jeugdigen en ouders tevreden zijn is positief.De laatste onderzoeksvraag, zijn de benodigde randvoorwaarden gerealiseerd, luidt het antwoord: ‘deels’. Aan de kwaliteitsaspecten snelheid start, intensiteit contact gezin en evaluatiemomenten is deels voldaan. Aan de kwaliteitsaspecten frequentie contact gezin en afspraken tussen casemanager en hulpverlener is niet voldaan. Aan de kwaliteitsaspecten behandelduur en het houden van voortgangsgesprekken is wel voldaan.