|
Reacties op dit dossier |
|
|
Kennis gebruiken en ontwikkelen
In de kinderdagopvang krijgen kinderen een taalstimuleringsprogramma aangeboden. Werkt dit programma? Doen de kinderen het bijvoorbeeld later op school beter? In een Centrum voor Jeugd en Gezin werkt men toe naar een pakket van programma’s voor opvoedingsondersteuning. Waar is aan te zien dat dit pakket de gewenste resultaten oplevert? En heeft de jeugdzorg goede aanpakken in huis voor jeugdigen met gedragsproblemen?
Doelen en kernboodschappen
In de preventie, het onderwijs, de opvoedingsondersteuning en de jeugdzorg moet effectief gewerkt worden. Daar is iedereen het over eens. Met dit dossier wil het Nederlands Jeugdinstituut antwoord geven op de vraag langs welke weg effectief werken in de praktijk (verder) gestalte kan krijgen. Centraal staan daarbij drie kwesties die in de praktijk, bij beleidsmakers en bij wetenschappers veel in de belangstelling staan:
Over welke effectieve interventies kunnen professionals beschikken?
In het dossier staat informatie over databanken en erkenningscommissies. Die laten zien welke veelbelovende en werkzame interventies er ontwikkeld zijn. Daarnaast toont het dossier uitkomsten van zogeheten 'wat werkt-studies'. Deze geven informatie over de principes van effectief handelen in bepaalde werkvelden of bij bepaalde doelgroepen (bijvoorbeeld: wat werkt er over het algemeen bij kinderen met gedragsproblemen?). Professionals beschikken met dit alles over een schat aan informatie.
De 'wat werkt-studies' geven de belangrijkste richtlijnen voor het effectieve handelen. De interventies in de databanken zijn voorbeelden van goede 'verpakkingen' van deze richtlijnen.
Hoe is de effectiviteit van het werk in de praktijk te meten?
Het meten van de effectiviteit helpt duidelijk te maken waar verbetering nodig is: meten is weten. Wetenschappers en praktijkwerkers kunnen veel aan elkaar hebben als ze gebruikmaken van onderzoeksmethoden die goed passen bij de stand van zaken en de behoeften in de praktijk. Daarnaast is het belangrijk dat het een gewoonte wordt om de resultaten van het werk in de praktijk standaard te monitoren. Het dossier laat zien hoe dat gestalte kan krijgen. De algemene boodschap daarin is dat het meten van effecten essentieel is, maar dat er tijd nodig is om een gedegen antwoord op de effectvraag te krijgen.
Het beantwoorden van effectvragen in de praktijk lijkt op het beklimmen van een effectladder: steeds een sport hoger.
Op welke manier is de effectiviteit van de praktijk verder te ontwikkelen?
In dat kader komen professionalisering, methodiekontwikkeling en implementatie aan bod. Vaak wordt gezegd dat de preventie en jeugdzorg alleen nog maar met 'evidence-based' interventies moeten gaan werken. Dat is echter nog geen garantie voor succes. Het gaat er niet om dat professionals alleen maar volgens de regels bewezen-effectieve interventies uitvoeren. Die regels passen niet altijd bij praktijksituaties. Praktijkwerkers zijn dan ook niet alleen consumenten van kennis over 'wat werkt', maar ook producenten.
Onze kernboodschap is hier: Het gaat uiteindelijk om de effectief werkende professional. Een samenspel tussen het ‘top-down’ implementeren van kennis en het ‘bottum-up’ blootleggen en uitwisselen van wat werkt in de praktijk is essentieel.