Home  > Congressen  > Congresverslagen  > Als ze maar gelukkig zijn  > Debat 22 september > Goede opvoeding (column Mirjam Schöttelndreier)

Goede opvoeding (column Mirjam Schöttelndreier)

Bestaat er zoiets als een 'goede opvoeding'?

Sinds we de opvoeding van kinderen als een aparte bezigheid beschouwen, en niet iets dat er in het leven gewoon zo’n beetje ook bij komt kijken, is ons aller streven om ons kind of ‘de’ jeugd een goede opvoeding te bezorgen. Want een goede opvoeding, daar heeft later zowel het kind zelf, als de maatschappij ontzettend veel plezier van. Dat is het zo’n beetje, in algemene zin.

Eigenlijk zou ik het hier ook het liefst bij laten, want zodra je gaat bekijken wat een goede opvoeding precies inhoudt, breekt de meningen-pleuritis uit.

Als je later prins wordt, om maar een voorbeeld te noemen, is het handig om een prinsgerichte opvoeding te krijgen – als we het erover eens zijn dat je een kind nog voor hij zelf kan nadenken, al mag opvoeden tot een bepaalde functie in zijn volwassen leven.
Misschien wil de arme knul helemaal geen prins zijn, later – en wat heb je dan aan zo’n opvoeding?
Of hij wil het best, prins worden, maar waar moet een prins aan voldoen, over twintig jaar, hoe ziet de maatschappij er dan uit? Wie wil dan wat van een prins? En wat kan deze prins i.o. zelf eigenlijk, is hij wel geschikt voor datgene wat hij later moet doen? Is hij prins-fähig? En zijn zijn ouders en leraren wel de meest geschikte personen met de juiste ideeën en hebben zij ook de beste opvoedmethoden in huis? Nou ja, en dan gaat het nog maar over een niet-bestaand prinsenkind; en ik kom er nu al niet uit.

Ideale plaatje
Toch hebben we wel een intuïtief beeld van een goede opvoeding. Het staat voor een totaalpakket van een onvoorwaardelijk liefhebbend ouderpaar, een eigen kamer, pianolessen, sport & spel en een mooie opleiding. Dit is een ideaal, inderdaad. En bij dit ideale plaatje hoort ook een kind, dat netjes in dit plaatje past en het niet verpest. Maar ja, twee liefhebbende ouders in een huis, lukt vaak al niet. Pianoles kan er niet altijd van af en een eigen kamer lukt ook niet altijd. Die opleiding kunnen we dankzij moedertje verzorgingsstaat gelukkig nog steeds best geven, (ondanks de recente bevriezing van de studietoelage, maar misschien lukt het daardoor ook niet, dat weet ik niet.)
Maar: dan heb je soms weer een kind dat volstrekt geen zin heeft in dat mooie opleidingsplaatje. En toch: ook als het beeldige opvoedplaatje wat vlekjes en barstjes vertoont, menen we allemaal dat een goede opvoeding nog altijd heel goed mogelijk is.

En dan bedoelt de een dat je nog steeds je kind kunt opvoeden tot een liefhebbend medemens dat links om of rechtsom zijn plaats in de maatschappij verwerft en anderen meer van dienst is dan tot last is. En dan bedoelt de ander dat je een kind ook zonder piano met zijn talenten kan laten woekeren. Of dat ook een kind van gescheiden ouders nog heel goed op zijn of haar pootjes terecht kan komen.

Ach, een goede opvoeding: dat kan op zo veel manieren.

Good enough
Zeker twintig jaar geleden was een aantal Amerikaanse ouders zo moe van alle, hardop uitgesproken of stille eisen die aan het goede opvoederschap werden gesteld, dat ze met een nieuwe term kwamen: ‘the good enough parent’. Schreeuw je wel eens tegen je kind? Kan je toch een prima ouder zijn. Is je carriere nooit echt van de grond gekomen en het huis daarwoor wat kleiner gebleven: alsof een kind daar ongelukkig van wordt. Lukt het niet altijd om je kind de juiste aandacht te geven: hoef je toch niet te zakken voor het ouderschap. Niet perfect is goed genoeg. Ook daar zijn we het in ruime zin wel over eens.

Maar wat doe je als ouder, opvoeder, met zo’n duivelse zeilster van 13, die doelgerichte Laura die liever de zee op gaat dan naar school?

Nederland had zelden zo’n groot, spontaan collectief debat over wat al dan niet goed is voor een kind als bij dit meisje. Er bleken tal van visies op goed ouderschap te bestaan: bange, grijze gelijkheidsmuizen lieten het kind thuisblijven - ondernemende, onderscheidende en creatieve ouders lieten Laura van de bureaucratisch zandzakken wegzeilen.

En beide groepen vonden hun eigen mening natuurlijk het beste, zij waren de beste opvoeders.

Slechte opvoeding
Zodra we terugdenken aan het Rotterdamse Maasmeisje of horen van andere gruwelijk misbruikte en verwaarloosde kinderen, weten we meteen wat een slechte opvoeding is: en dan vinden wél dat de overheid moet waken over een minimaal-goede opvoeding.
Als derde generatie-migrantenkinderen nog niet goed Nederlands spreken, zijn we het erover eens: pak die ouders of althans het onderwijs zo aan, opdat die kinderen de taal wél gaan leren. Blowende, zuipende, hangende jongeren: die doen het niet goed en die zijn ook niet goed opgevoed. Weten we heel zeker. Gelukkig zijn dat altijd andermans kinderen. De niet-goed-opgevoeden….

Als het ons eigen kind betreft, ligt het natuurlijk anders. Dan valt het blowen, spijbelen, brutaal zijn en niks doen enzo om te beginnen wel mee, ten tweede is het maar een fase, en ten derde komt het heus wel weer goed. O ja, en met ons, ouders, heeft het niets te maken. Wij hebben gedaan en doen wat we kunnen, maar tegen deze maatschappij kun je als ouder in je eentje niet op.

Goede opvoeding: haha, was het maar zo eenvoudig, alsof je dat als ouder alleen bepaalt! Alsof er geen maatschappij is met tal van obstakels, Alsof je zomaar vanzelf altijd grip hebt op je kinderen!

Een goede opvoeding?
Werkelijk, ik zou niet weten wat die inhoudt. Als ouder bescherm je je kind tegen honger en dorst en gevaar. Vanzelf. En verder gebeurt er genoeg om de intuïtie met nuttige opvoedkennis te vergroten. Misschien weet niet elke ouder wanneer het tijd wordt voor een fruithapje, maar gelukkig hebben we daar als kennisinstituut het consultatiebureau voor- een zeer nuttige instantie in ons weinig-kinderen-per-gezin-land. Alfabetiseren, de stelling van Pythagoras: gelukkig doet de school wat wij als ouders vaak niet eens zouden kunnen uitleggen. Zwemles, fietsles, de autogordel om: we doen het allemaal automatisch, iedereen zegt het, doet het. Weten ouders niet of zijn ze vergeten dat McDonald’s eten slecht is, niet-lezen weinig bevordelijk voor de taalontwikkeling, en bier en wiet echt niet gezond zijn voor pubers? Wel, ‘de’ maatschappij helpt ze wel eraan te herinneren.

Een goede opvoeding houdt dit alles in, en verder is het gewoon: je best doen om van je kind een aardig, beleefd, zelfstandig denkend, sociaal en misschien ook ondernemend mens te maken. Je probeert als ouder te helpen als dat niet zomaar lukt. Je moedigt aan en perkt in of straft af waar nodig. Dat klinkt allemaal makkelijk, maar het is soms moeilijk – een goede opvoeding is een inspanning!

Zelfbepaling
De pedagoog Langeveld – ik noem hem hier even omdat we in Utrecht zijn en hij de vader is van de zogenaamde Utrechtse school - noemde het doel van de opvoeding “zelfverantwoordelijke zelfbepaling”. Daar kom ik nog steeds een heel eind mee. En hoe helpen we aan die zelfbepaling? Door, zoals we het noemen: ons kind ‘zoveel mogelijk mee te geven” – dat wil ik ook.

Maar als je je kinderen regelmatig mee uit eten hebt genomen, zó leuk voor hun ontwikkeling, en mee hebt laten skieën, dan kun je ze ongemerkt ook tot verwende milieu-onvriendelijke hebbers hebben laten uitgroeien. Kinderen die bovendien niet resistent zijn tegen magerder jaren. Als je je kind het speelgoed gaf wat je zelf nooit kreeg, zijn ze je dan zo dankbaar als jij vroeger zou zijn geweest? Meestal niet.
Als je kind een gehaaide ondernemer wordt, is je opvoeding geslaagd. Maar voelt dat ook zo, voor jou als ouder?Als je kind na een mooie studie geen mooie baan krijgt en ongelukkig blijft in de liefde, heeft jouw goede opvoeding dan toch gefaald?

Meestal blijft het schuren, tussen de goede bedoelingen, de inzet en de verwachtingen van ouders en die van hun kinderen – wat dat betreft was het leerzaam wat scheidend NRC-correspondente Bettina Vriesekoop schreef bij haar vertrek uit China. In haar verhaal beschrijft ze hoe een opa uit het communistische tijdperk met angst en beven ziet hoe zijn kinderen en kleinkinderen leven in een opgejaagd, materialistische bestaan: die drukte, dat individualisme en onzekerheid, is dat nu vooruitgang?

Een goede opvoeding, dat is kijken wat jij als ouder graag overdraagt, en dat probeer je aan te passen op de maat van je kind, met begrip en tolerantie voor de nieuwe eisen van de nieuwe tijd. Zolang er onderling liefde, wat begrip en respect en liefst ook een beetje humor is, lijkt me deze opvoeding het langst meekunnen, in welke omstandigheid ook.