Home  > Kennis  > Dossiers  > Pleeggezin  > Gezinsleven  > Extra zorgbehoefte pleegkinderen

Betere selectie van geschikte pleegouders
Artikel Jeugdkennis (2013)

Werkbladen
Toegankelijke en praktische informatie over 'Wat werkt in de pleegzorg?'.



Mariska  de Baat Mariska de Baat deed literatuur­onderzoek naar de specifieke problemen van pleegkinderen en pleegouders.

Stel een vraag


Bekijk de video
Bekijk de video Wat betekent pleegzorg voor het kind en de pleegouders?
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Extra zorgbehoefte pleegkinderen

Het doel van een pleegzorgplaatsing is het bieden van een zo optimaal mogelijke omgeving voor het kind zodat het zich gunstig kan ontwikkelen. Kinderen die in de pleegzorg terechtkomen, hebben vaak extra zorg nodig (Van den Berg en Weterings 2007). Zij hebben vaak al een aantal overplaatsingen meegemaakt en wisselende opvoeders gehad. Hierdoor kunnen zij hechtings-, loyaliteits- en gedragsproblemen vertonen. Dit is niet verwonderlijk, omdat veel van hen lang in een ongunstige opvoedingssituatie hebben geleefd. Kinderen in pleeggezinnen hebben wel minder problemen dan kinderen die opgroeien in een tehuis. Zelfs in tehuizen met goede verzorging ontstaan hechtingsstoornissen en ernstige achterstanden door een gebrek aan een vaste verzorger (AACAP 2006; Juffer e.a. 2005; Marinkovic en Backovic 2007; O’Connor en Zeanah 2005).

Sociale en emotionele ontwikkeling van pleegkinderen bij plaatsing

Vrijwel alle kinderen hebben ontwikkelingsproblemen op het moment dat zij in een pleeggezin worden geplaatst. De ernst van de emotionele schade als gevolg van pedagogische en emotionele verwaarlozing blijkt uit een onderzoek van pedagoge Tonny Weterings van de Universiteit Leiden (1998). Van de 58 pleegkinderen heeft 71 procent van de pleegkinderen problemen in de lichamelijke ontwikkeling, 57 procent in de motorische ontwikkeling, 48 procent in de spraak- en taalontwikkeling en 81 procent in de sociale en emotionele ontwikkeling. Bij 85 procent van hen melden de pleegouders bovendien dat de pleegkinderen 'merkwaardig' gedrag vertonen, bijvoorbeeld door nauwelijks te reageren op hun omgeving, geen reactie te tonen bij pijn, zeer angstig of claimend te zijn. Daarnaast is het opvallend dat 40 procent van de pleegkinderen achterstand vertoont op alle vier de genoemde ontwikkelingsgebieden.

Sociale en emotionele ontwikkeling in het pleeggezin

Uit hetzelfde onderzoek van Weterings blijkt dat veel pleegkinderen na jarenlang verblijf in een pleeggezin nog steeds met problemen kampen. Met name een verstoring van de sociale en emotionele ontwikkeling blijkt hardnekkig (Weterings 1998). Pleegkinderen hebben vaak weinig zelfvertrouwen en ontwikkelen zich vaak niet goed door de onzekere situatie waarin zij leven. Pas na gemiddeld vijf jaar verblijf in een pleeggezin constateren pleegouders een significante verbetering in de ontwikkeling van het kind, blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Leiden (Mouissie 2006).

Bronnen

  • AACAP (2006), 'Praktijklijn voor de diagnose en behandeling van kinderen en adolescenten met RHS van de zuigelingenleeftijd en de vroege kindertijd', in: 'Kind en Adolescent Review', jaargang 13, nummer 3, p. 225-283.
  • Bergh, P. van den, en T. Weterings (2007), 'Pleegzorg, jeugdzorg voor het kind: pedagogische besluitvorming bij uithuisplaatsing'. Amersfoort, Uitgeverij Agiel.
  • Juffer, F., M. Bakermans-Kranenburg en M.H. van IJzendoorn (2005), 'The importance of parenting in the development of disorganized attachment: evidence from a preventive intervention study in adoptive families', in: 'Journal of Child Psychiatry and Psychology', jaargang 46, nummer 3, p. 263-274.
  • Marinkovic, J.A. en D. Backovic (2007), 'Relationship between type of placement and competencies and problem behavior of adolescents in long-term foster care', in: 'Children and Youth services Review', jaargang 29, nummer 2, p. 216-225.
  • Mouissie, J. (2006), 'Het pleegkind in ontwikkeling. Een onderzoek onder 50 pleegzorgsituaties met behulp van het PSI'. Leiden, Universiteit Leiden.
  • O’Connor, Th. en Ch. H. Zeanah (2005), 'Hechtingsstoornissen: diagnose en behandelingsmogelijkheden', in: 'Kind en Adolescent Review', jaargang 12, nummer 2, p. 158-186.
  • Weterings, A.M. (red.) (1998), 'Pleegzorg in balans, bestaanszekerheid voor kinderen'. Leuven, Garant.