Home  > Kennis  > Dossiers  > Langdurig zieke ouder  > Gezinsleven > Partnerrelatie

Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Ingrid  Ligtermoet Ingrid Ligtermoet is pedagoge en contactpersoon voor dossier langdurig zieke ouder.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links

Partnerrelatie

Naar de invloed van langdurige ziekte op de partnerrelatie is weinig onderzoek gedaan. Wel is bekend dat een goede partnerrelatie een beschermende factor is voor het kind als dat een langdurig ziek familielid heeft (Huizing en Tielen 2002).

Ziekte van ouder stelt relatie op de proef

Bij ziekte van een van de partners kan een relatie lijden onder gebrek aan tijd en aandacht voor elkaar. Op den duur kan dat tot verwijdering tussen de partners leiden (Keesom 2005).
In het onderzoek dat de Universiteit van Amsterdam samen met het revalidatiecentrum de Hoogstraat in Utrecht (Sieh 2009) uitvoert naar het functioneren van jongeren in gezinnen met een ouder die een chronische lichamelijke ziekte heeft, komen meer alleenstaande ouders voor dan er volgens CBS-gegevens in de algemene populatie zijn. Dit kan een gevolg zijn van verwijdering tussen partners door de chronische ziekte van één van de partners.
In het algemeen geldt dat elke relatie door het optreden van een ernstige ziekte op de proef wordt gesteld. Kuyper en anderen (2009) beschrijven dat bestaande relatieproblemen in intensiteit kunnen toenemen. Aan de andere kant kan een relatie zich ook verdiepen wanneer partners oog in oog met ziekte, kwetsbaarheid en in bepaalde gevallen de dood komen te staan. Van belang is hoe de aard van de relatie doorwerkt in de bereidheid van de partner om hulp te bieden. Voor een moeizame relatie vormt het moeten volhouden van de verzorging een extra belasting en vergroot het de kans op gecompliceerde rouw. Daarom is voor dit probleem extra aandacht van de hulpverlening nodig.
Goossens en Van der Zanden (2012) geven in de Factsheet KOPP/KVO aan dat een slechte relatie (zoals huiselijk geweld of voortdurend ruzie) tussen ouders waarvan een of beide partners psychische of verslavingsproblemen heeft, bovendien een risicofactor is voor de ontwikkeling van problemen bij hun kinderen.

Een hulpverlenersrelatie

Kuyper en anderen (2009) omschrijven dat door ernstige ziekte de partnerrelatie kan verschuiven in de richting van een hulpverlenersrelatie. Hierdoor loopt de wederkerigheid en openheid van de relatie gevaar. Een al te beschermende houding van de partner tegenover de zieke werkt contraproductief. De partner heeft ondersteuning nodig om zijn partner op een betrokken maar niet overbeschermende manier hulp te bieden. Een specifiek aandachtspunt is de verandering van het intieme contact. De gevolgen van de ziekte voor de seksualiteit kunnen ook in de palliatieve en terminale fase nog een onderwerp zijn dat aandacht verdient.

Verschillen in positie

De verwerkingsstrategieën van de partner en van de zieke verschillen omdat ze beiden in een andere positie zitten. De partner vervult vaak ook de rol van mantelzorger en kan dat als belasting ervaren. Dat kan leiden tot stressreacties, fysieke klachten en burnout-verschijnselen. Vrouwen ondervinden vaker een hoge belasting van mantelzorg dan mannen (De Boer e.a. 2009).
Ook blijken er tussen mannen en vrouwen verschillen te bestaan in de gevolgen die een chronische aandoening heeft voor degene die ziek wordt. Die verschillen hebben vooral te maken met het fysiek en sociaal functioneren. Bij een identieke chronische aandoening ervaren vooral niet-werkende vrouwen een groter effect dan mannen op hun fysiek en sociaal functioneren (Roeke 2009).
Als een van de partners niet meer te genezen is, gaan de perspectieven van beide partners bovendien van elkaar verschillen. De één moet afscheid gaan nemen van het leven en de ander moet straks opnieuw een leven opbouwen (Kuyper e.a. 2009).

Bronnen

  • Boer, A. en S. Keuzenkamp (2009), 'Mantelzorg: m/v verschillen'. Presentatie OCW, 28-04-2009, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Coale, H.W. (1999), 'Therapeutic Rituals and Rites of Passage: Helping Parentified Children and Their Families', in: Chase, N. D (ed.). 'Burdened Children'. Thousand Oaks, CA, Sage.
  • Ende, P.C. van der en M.M. Venderink (2006), 'Steun voor ouders met psychiatrische beperkingen'. Groningen, Lectoraat Rehabilitatie Hanzehogeschool en Cenzor-GGz Groningen.
  • Goossens, F.X. en A.P. van der Zanden (2012), Factsheet KOPP/KVO. Utrecht, Trimbos-instituut.
  • Huizing, A. en L. Tielen (2002), 'Hoe steun ik mijn kind? Als kinderen opgroeien met een langdurig zieke ouder'. Utrecht, NIZW.
  • Keesom, J. (2005), 'Tijd van leven, zorg voor mensen met een spierziekte'. Baarn, VSN.
  • Kuyper, M.B., G.M. Hesselmann, J.B. Prins en E.H. Verhagen (2009), 'Mantelzorg, Landelijke richtlijn; versie 2.0'. Utrecht, Vereniging van Integrale Kankercentra.
  • Regt, A.J. de (2008), 'Grootouders van nu'. Ouderschap en ouderbegeleiding, 3, p. 217-230.
  • Roeke, M. (2009), 'Man of vrouw? Een onderzoek naar sekseverschillen in reacties op chronische aandoeningen'. Groningen, Rijksuniversiteit Groningen.
  • Sieh, D. (2009), 'Gezinnen met een chronisch zieke ouder. Hoe functioneren deze gezinnen', in: 'JA! Tijdschrift van de artsen(vereniging) jeugdgezondheidszorg Nederland', Jrg. najaar 2009, nr. 17, p. 22-23.