Home  > Kennis  > Dossiers  > Gezinnen  > Gezinsleven > Partnerrelatie
Margreth Hoek

Opvoeding en ouderschap (2011)
Uitgebreide literatuurlijst voor ouders.

Over opvoeden gesproken (2010)
Boek met overzicht van methoden van opvoedingsondersteuning.

Opvoedingsondersteuning (2009)
Handreiking voor Centra voor Jeugd en Gezin.


Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Inge  Anthonijsz Inge Anthonijsz is contactpersoon voor het dossier Gezinnen.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Partnerrelatie

Partnerkeuze vergroot ongelijkheid tussen gezinnen

In de jaren zeventig van de twintigste eeuw hadden mannen vaker een relatie met een vrouw met een lage opleiding. In de eenentwintigste eeuw is dit veranderd en hebben mannen vaker een partner met een hoge opleiding. Bij gezinnen met hoogopgeleide ouders is er daardoor sprake van een stapeling van gunstige omstandigheden. Dit blijkt uit het onderzoek 'Gezinsvorming' van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van de paren die in de jaren zeventig gingen samenwonen, had minder dan de helft ongeveer hetzelfde opleidingsniveau. Deze paren waren voor het merendeel laagopgeleid. Veertig jaar later is dit veranderd. Meer dan de helft van de mannen en vrouwen die tussen 2000-2007 gingen samenwonen heeft nu ongeveer hetzelfde opleidingsniveau. Bij de helft van deze paren hadden beide partners een hoge opleiding. Dit komt omdat het opleidingsverschil tussen mannen en vrouwen de afgelopen decennia afgenomen is. Vrouwen zijn tegenwoordig gemiddeld hoger opgeleid dan mannen. Deze emancipatie van vrouwen heeft volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek tot gevolg dat de sociaal-economische verschillen binnen een gezin zijn afgenomen maar tussen gezinnen zijn toegenomen. Zie hoog- en laagopgeleide ouders.

Ongehuwd ouderschap

Trouwen, zonder voorafgaand samenwonen, is eerder uitzondering dan regel. De laatste twee decennia gaan mensen op steeds latere leeftijd samenwonen en vervolgens trouwen, blijkt uit hetzelfde onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van de tien huwelijken die eind jaren negentig werden gesloten hadden negen paren eerst samengewoond. In 2009 was de gemiddelde leeftijd bij het eerste huwelijk 30,3 jaar. Daarmee is Nederland koploper in Europa. En waarschijnlijk wordt het huwelijk in de toekomst nog meer uitgesteld. Ongehuwd samenwonen duurt langer en steeds meer mensen verwachten dat zij nooit zullen trouwen. Meer dan de helft van de eerst geboren kinderen hebben ouders die ongehuwd samenwonen. Na de geboorte van het eerste kind trouwen de ouders meestal en krijgen ze het tweede kind binnen het huwelijk. Veertig procent van alle kinderen wordt geboren bij ouders die ongehuwd samenwonen. Verder zijn hoger opgeleide moeders vaker ongehuwd dan lager opgeleide.

Huwelijkskwaliteit werkt door in volgende generaties

De tevredenheid over het huwelijk van paren die bij elkaar blijven daalt in de loop van de tijd enigszins. Dat concludeert Jan Gerris, hoogleraar Gezinspedagogiek in Nijmegen, in zijn afscheidsrede 'Partnerrelaties van grootouders, ouders en jongvolwassen kinderen'. In 1990, 1995 en 2000 stelde hij aan 193 paren en hun kinderen (zij waren 9 tot 16 jaar bij de eerste meting) vragen over de tevredenheid over het huwelijk, positieve en negatieve communicatie. Gerris onderscheidt twee subgroepen: een groep die tevreden is met het huwelijk en een groep die ontevreden is met het huwelijk 

In de groep waarin de partners tevreden waren met het huwelijk, hadden beiden een hoger niveau van persoonlijke betrokkenheid. De groep die ontevreden was, bleef bij elkaar vanwege hun ideeën over scheiding, om financiële redenen of omdat het beter is voor de kinderen. De verschillen in huwelijkskwaliteit van de ouders blijkt samen te hangen met de huwelijkskwaliteit van de grootouders en de kwaliteit van de romantische relatie van hun jongvolwassen kinderen. Gerris suggereert dat een houding van persoonlijke betrokkenheid die samenhangt met de huwelijkstevredenheid via de moeder kan worden overgedragen naar de volgende generatie.

Bronnen

  • Graaf de, A. (2011), ‘Gezinnen in cijfers’ in: F. Bucx (red.), 'Het Gezinsrapport 2011: Een portret van het gezinsleven in Nederland', p. 35-61. Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Gerris, J.R.M. (2011), 'Partnerrelaties van grootouders,ouders en jongvolwassen kinderen. Intergenerationele transmissie?'. Nijmegen, Radboud Universiteit Nijmegen.
  • Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (2011), 'Nieuwe ronde, nieuwe kansen. sociale stijging en daling in perspectief'. Den Haag: Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.