
Methodieken Pedagogische Kwaliteit
Databank met methodieken die pedagogische kwaliteit versterken.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Marja Valkestijn is contactpersoon voor dossier Professionalisering jeugdvoorzieningen.
Stel een vraag
|
|
Een beroepscompetentieprofiel (of functiecompetentieprofiel) beschrijft de competenties die van beroepskrachten in bepaalde arbeidssectoren of functies verwacht worden. Doorgaans is het profiel opgebouwd uit algemene, vakspecifieke en themacompetenties. De profielen dragen bij aan erkenning van het deskundigheidsdomein van een beroepsgroep en zijn om verschillende redenen belangrijk:
Beroepskrachten kunnen aan de hand van het competentieprofiel hun functioneren toetsen.
Zulke profielen zijn enerzijds richtinggevend voor opleidingen, anderzijds voor EVC-procedures ter erkenning van buiten opleidingen verworven competenties.
Er zijn sinds 2011 twee functiecompetentieprofielen voor pedagogisch medewerkers: in de opvang van kinderen van tot 0-4 jaar, en van 4-13 jaar. Deze zijn opgenomen in de CAO Kinderopvang.
De profielen sluiten aan op de beide Pedagogische kaders voor 0-4 en 4-13 jaar (zie voor meer informatie: www.pedagogischkader.nl). De profielen onderscheiden een aantal kerntaken zoals: zorg dragen voor lichamelijk en emotioneel welbevinden en veiligheid; steunen en stimuleren van autonomie en participatie; steunen en stimuleren van spelen, ontwikkeling en vrije tijdsbesteding; begeleiden van gedrag en relaties in de groep; samenwerken met ouders, collega’s en omgeving realiseren; de kwaliteit van het eigen werk ontwikkelen en het eigen van bijhouden.
In de profielen wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘startbekwaam’ en ‘vakbekwaam’. Aan de vakbekwame pedagogisch medewerker worden meer eisen gesteld.
Landelijk ontwikkeld zijn de volgende competentieprofielen, alle gerelateerd aan het eerstgenoemde Competentieprofiel sociaal cultureel werker.Voor het kinder- en tienerwerk zijn geen profielen beschikbaar
Ook is er een 'Europees portfolio voor jeugdleiders en jeugdwerkers' ontwikkeld via het directoraat Jeugd en Sport van de Raad voor Europa. Hierin is een competentiekader is opgenomen. Het portfolio is ook opgesteld ter bevordering van de erkenning van het niet-formeel leren en het jeugdwerk.
De FCB (Dienstverlening in Arbeidsmarktvraagstukken) informeert over EVC-procedures in de sectoren van Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening: zie www.fcb.nl.
Er is een competentieprofiel voor leraren basis- en voortgezet onderwijs, ontwikkeld door de voormalige Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL), en opgenomen in de wet BIO (beroepen in het onderwijs). Er is geen competentieprofiel voor bredeschoolwerk. Doorgaans wordt aangenomen dat dit valt onder een competentieaspect als ‘samenwerken met de omgeving’ in de meeste andere competentieprofielen. Wel beschikbaar is een omschrijving van vijf hoofdkwaliteiten van bredeschoolprofessionals door de Kenniskring Brede School NJi: zie Professionalisering in bredeschoolwerk.
Ook bestaat er een 'Meetinstrument voor competenties van brede-schoolleiders' dat is opgenomen in de beroepsstandaard van de Nederlandse Schoolleiders Academie. Zie voor meer informatie: bredeschool.nl.
Een competentieprofiel voor combinatiefunctionarissen is in 2011 opgesteld door de projectgroep Combinatiefuncties onderwijs. Combinatiefunctionarissen, in dienst van verschillende werkgevers, worden vaak ingezet in brede scholen als pedagogische schakel tussen het onderwijs en een andere sector (sport, kunst, welzijn), of in coördinerende functies.