Home  > Actueel  > Blogs > Investeer in vrijwillige pedagogische steun

Reageer op deze blog:

Reageer Uw reactie

Blog van:

Eva Blaauw

Eva Blaauw is sociaal pedagoog en specialist op het gebied van positief jeugdbeleid en vrijwillige inzet.

Andere blogs van Eva Blaauw:
15-3-2013 Investeer in generalistisch werken rondom jeugd en gezin
4-10-2012 Een middag in de Opvoedbus, halte Kralingen-Crooswijk

Investeer in vrijwillige pedagogische steun

14 maart 2012

Gemeenten maken steeds meer gebruik van vrijwilligers om gezinnen te ondersteunen. Soms, zo blijkt uit onderzoek, werkt dat beter dan hulp van beroepskrachten. Bijvoorbeeld omdat ouders steun van een vrijwilliger makkelijker accepteren en als minder bedreigend ervaren. Zo lang vrijwilligers worden ingezet om pedagogische redenen, vind ik dat een positieve ontwikkeling. Maar ik hoop niet dat in deze tijden van economische crisis vrijwillige inzet wordt gebruikt als bezuinigingsmaatregel, waarbij vrijwilligers dure beroepskrachten in de jeugdsector vervangen.

Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat (kwetsbare) jongeren profiteren van een rijke sociale omgeving: daar voelen burgers zich verantwoordelijk voor elkaar en krijgen jongeren goede voorbeelden. En we weten ook dat ouders beter kunnen opvoeden als zij kunnen terugvallen op steun in hun directe omgeving. Vrijwilligers kunnen die steun bieden. Zij kunnen zowel praktische tips en adviezen geven als een luisterend oor bieden. Die ondersteuning kan zelfs een ontluikende hulpvraag voorkomen. In een tijd waarin gezinnen steeds meer geïsoleerd raken, is het versterken van hun informele, sociale netwerken belangrijk. Of in andere woorden: gezinnen hebben baat bij een sterke 'pedagogische civil society'.

Vrijwilligers kunnen beroepskrachten in de jeugdsector echter nooit vervangen. Beroepskrachten blijven altijd nodig om kinderen, jongeren en ouders met complexe problemen te helpen. Daarnaast moeten beroepskrachten de vrijwilligers stimuleren, faciliteren en ondersteunen. Dat is een nieuwe rol: beroepskrachten moeten leren om soms 'op hun handen te zitten' en de inzet van burgers te benutten. Want we weten uit onderzoek dat burgers vaak bereid zijn iets voor een ander te doen, maar we weten ook dat burgerinitiatief zelden vanzelf ontstaat of blijft bestaan.

De verantwoordelijkheid voor het maken van deze denkomslag bij beroepskrachten ligt deels bij gemeenten. Een aantal gemeenten is hier al mee bezig. In verschillende gemeenten heb ik gezien hoe zij samen met beroepskrachten, op basis van een pedagogische visie, de vrijwillige inzet voor jeugd en gezin versterken. Bijvoorbeeld door ontmoetingsplaatsen voor ouders te creëren, door in buurten met overlast jongeren en volwassenen met elkaar in gesprek te brengen, en door ouders in te zetten als ambassadeurs voor het Centrum voor Jeugd en Gezin. Zo raken beroepskrachten overtuigd van het belang van vrijwillige inzet en hoe zij die kunnen activeren - en daarmee kan veel pedagogische winst behaald worden.

Meer informatie

Dossier Vrijwillige inzet.
Project Allemaal opvoeders.

Reacties

Reageer Uw reactie

15 maart 2012, ingezonden door marja van Middelaar, Projectmedewerker Kennisdiensten Movisie

Het leuke en mooie van deze nieuwe manier van werken is het ontdekken van potentie. Volgens mij gaat het benutten van inzet van burgers veel zinnigs opleveren. Dat dit van de beroepskracht verandering van aanpak vraagt is helder. Ik verheug me ook op de 'Ambtenaar Nieuwe Stijl'. Een ambtenaar die op 'zijn handen zit', maar ook er-op-af gaat, vraaggericht werkt, niet sturend is maar meebewegend en anticiperend. Dan gaat de samenwerking met het jeugdwelzijnswerk helemaal lukken!

13 maart 2012, ingezonden door Elles Velter, studieadviseur Fontys Hogescholen

Mooi vertrekpunt dat ik ondersteun. Met name het stimuleren van burgerinitiatief past wat mij betreft in het tijdsbeeld. Ik zie ook steeds meer studenten gevoelig worden voor het leveren van een vrijwillige bijdrage aan de maatschappij en dat doet mij deugd! De maatschappij is gebaat bij een adequate samenwerking tussen professionele krachten en vrijwillig initiatief.